zondag 16 december 2018

Coöperatieve verlichtingsfabriek

Emmastraat 35

Emmastraat 35

Vroeger liep ik dagelijks van mijn huis in de van Starkenborghstraat naar de Coendersschool (nu de Joseph Haydnschool). Onderweg passeerde ik dan in de Emmastraat  nummer 35 de smederij van Post waar je, als de deuren openstonden, naar het hete vuur en het smeden mocht kijken.

Nu vraag je je af waar het pand oorspronkelijk voor gebouwd was. Blijkt er van 1906 tot 1916 een van de kleinste elektriciteitscentrales van Nederland te hebben gezeten…

Onbekend maakt onbemind

In 1831 stelde de Engelse natuurkundige Faraday vast dat er een elektrische stroom ontstaat als je een magneet door een met metaaldraad omwonden spoel heen en weer beweegt. Toen de wereldberoemde heren Swan en Edison eind van de 19e eeuw een bruikbare elektrische lamp construeerden, deed het elektrische licht langzaam maar zeker zijn intrede. Nederland liep in die tijd niet voorop als het om moderniseren ging. Men verlichtte woningen voornamelijk nog met olie of kaarsen en, toen het stadsgas zijn intrede deed, met gas. Elektrische stroom was onbekend en men wilde daarmee over het algemeen niets te maken hebben.

Van petroleumlamp…

Het waren de Groningers Jan Evert Scholten, eigenaar van het Scholten-concern, en Willem Albert Penaat, directeur van de Sikkens lakfabriek, die wel brood in deze uitvinding zagen. Het leek hun een goed idee om de 1000 villa’s en huizen van de vooral gegoede burgerij in Helpman van elektrische stroom te voorzien. Scholten had er zelf misschien wel het meeste belang bij, omdat hij graag elektrische verlichting in zijn woonhuis Villa Gelria wilde hebben. Jan Evert enthousiasmeerde wat vrienden en zakenrelaties voor het plan en op 21 april 1905 werd de Coöperatieve Verlichtingsfabriek te Helpman opgericht. Er werden aandelen uitgegeven van f 100.

Helpman hoorde in die tijd bij Haren en op 15 augustus 1905 werd een bouwaanvraag voor een elektriciteitscentrale aan de Emmastraat 35 ingediend bij B&W van Haren. Een omwonende maakte nog bewaar: hij was bang dat de centrale ‘te veel leven’ zou maken en dat er grotere kans op inslag bij onweer was. De Arbeidsinspectie verklaarde de klacht ongegrond en de gemeente Haren gaf groen licht voor de bouw. Tegelijkertijd kreeg de Coöperatieve Verlichtingsfabriek Helpman een concessie voor het leveren van stroom voor 10 jaar.

…naar gloeilamp

Er werd direct met de bouw van het pand aan de Emmastraat begonnen. De totale oprichtingskosten bedroegen f 42.000, omgerekend zo’n half miljoen euro. In de machinekamer zorgden twee zuigermotoren van elk 28pk voor de aandrijving van twee Zwitserse generatoren met een gezamenlijk vermogen van 54kWh. Verder was er een accumulatorenkamer waar een dynamo stond. In 1906 kon er middels een bovengronds leidingnet elektrische stroom aan de gegoede burgerij en wat bedrijfjes van Helpman geleverd worden.

Een groot aantal monumentale villa's aan de Rijksstraatweg en de uitspanning Vorenkamp waren de eersten die voorzien werden van elektriciteit. Het net had een lengte van zo’n 1200 meter. Doordat in de concessie was bepaald dat de spanning niet meer dan 110 volt mocht bedragen, was uitbreiding nauwelijks mogelijk. Bij 110 volt heb je namelijk veel dikkere kabels nodig om onderweg geen spanning te verliezen en kabels zijn duur. Het aantal aansluitingen bij de oprichting bedroeg 55.

Bepaald deugdelijk was het net niet. Regelmatig zaten de afnemers, met name in de wintermaanden, in het donker en moesten de kaarsen en petroleumlampen toch weer tevoorschijn worden gehaald. Het regende dan ook klachten. Toen het Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf (GEB) werd opgericht, namen mensen die een nieuwe aansluiting wilden het zekere voor het onzekere en kozen voor het veel bedrijfszekerder GEB. Dit bedrijf werd door de overheid gesteund en daarmee kon de inmiddels verouderde verlichtingsfabriek natuurlijk bij lange na niet concurreren. Toen ook nog het Provinciaal Energiebedrijf (PEB) in 1914 de Helpmancentrale aan het Winschoterdiep in gebruik nam, was het wel duidelijk dat het doek voor de verlichtingsfabriek zou vallen. Bovendien hoorde Helpman inmiddels bij de gemeente Groningen en de kans dat Groningen de concessie zou verlengen was minimaal.

GEB en PEB

In februari 1916 nam het GEB het hele net met inbegrip van alle 68 huisaansluitingen, meters en de straatverlichting over voor f 10.000. Een aandeel van de verlichtingsfabriek was toen nog maar f 17,50 waard. Heel Helpman werd aangesloten op het GEB-net. De klanten van de verlichtingsfabriek moesten alle lampen, strijkijzers, motoren, kachels en andere elektrische apparaten vervangen, omdat het GEB 200 volt leverde in plaats van 110 volt.

Tien jaar na de opening in 1906, op 11 februari 1916, stopte de fabriek ermee. Op 26 februari vond  in Café Restaurant De Passage de publieke verkoop van het fabrieksgebouw, de machines en het inventaris plaats. De ondergang van de verlichtingsfabriek werd nog door de aandeelhouders met een feestelijke maaltijd in De Passage gevierd. Een stukje industriële revolutie was geschiedenis geworden.

Het pand van de voormalige Coöperatieve Verlichtingsfabriek te Helpman, Emmastraat 35, bestaat nog steeds. In het pand heeft na de smederij van Post het aannemersbedrijf Bakker gezeten en het is onlangs verbouwd tot appartementen.