zondag 16 december 2018

Sikkens

De victorie begon in Helpman…

 Sikkens1

 Vroeger maakten schilders vaak zelf hun verf en lak. Dat deden ze ’s winters zodat ze  ’s zomers konden schilderen.  Zo ook Wiert Willemszoon Sikkens (1755-1817). Hij was glazenmaker en schilder en had zijn werkplaats in de stad Groningen.

Verf was een eenvoudig te maken product het bestond uit een drager (plantaardige oliën) en een pigment. De drager had als nadeel dat het zeer langzaam droogde, dit kon, afhankelijk van de buitentemperatuur, vaak weken duren

In de 15e eeuw ging men gekookte lijnolie gebruiken om verf te maken; deze olie droogde sneller dan de tot dan toe gebruikte, rauwe, plantaardige oliën.  Volgens deze methode werd een pot voor driekwart gevuld met lijnolie en op een regelmatig brandend vuur gezet. Dit gebeurde bij een temperatuur van 250 graden. Tijdens het verwarmingsproces van 6 tot 7 uur werden kleine hoeveelheden metaalverbindingen toegevoegd (lood, mangaan en cobalt). Deze verbindingen zorgden ervoor dat de verf sneller droogde en  beter bestand was tegen weer en vocht. Om de temperatuur te bepalen werd vaak een vogelveer als thermometer gebruikt: als zo’n veer verschrompelde, was de juiste temperatuur bereikt. Zodra de uit de olie opstijgende damp blauwachtig van kleur werd, haalde men de pot van het vuur weg en liet men de olie rustig afkoelen. Na afkoeling werd de bovenste, heldere, olie voorzichtig afgegoten. Van de onderste olie werd stopverf gemaakt.

Het spreekt vanzelf, dat verf maken buiten de werkplaats gebeurde, want de dampen van de olie zijn zeer brandbaar en de vlam kon gemakkelijk in de pot slaan.

Heerestraat

Gemeentebesturen waren er dan ook niet erg blij mee als verf maken binnen de stadsmuren gebeurde. In 1792 wees het gemeentebestuur  van Groningen een poortje in de verdedigingswallen ten noorden van de stad aan waar Sikkens zijn werkplaats kon vestigen. In het Noorder Plantsoen zijn nog soortgelijke poortjes te zien.

Op 1 december 1792 verscheen de ondernemende Wiert Willemszoon Sikkens bij de notaris om ‘eene behuizing staende ten oosten in de Heerestraat op de hoek van het Hoogstraatje met een vrijen uitgank in genoemd straatje op vrijen eigen grond’ te kopen voor 2.100 gulden. In dit pand begon Wiert, naast zijn woonhuis een winkel in verf, lak, vernis, spiegelglas, allerlei soorten glas waaronder Italiaans kroonspiegelglas en schildersbenodigdheden. Hij werd behalve schilder ook winkelier en importeur.

Na de dood van Wiert zetten drie van zijn zoons de zaak voort.

In 1826, een rampjaar voor de familie Sikkens, overleden twee van de drie firmanten waardoor zoon Wiert Willem het alleen moest zien te klaren. De zaak was dermate gegroeid dat hij het onmogelijk alleen aan kon. Broer Geert Willem bracht uitkomst, zegde zijn baan als commies bij de provincie Groningen op en werd medefirmant. In 1837 werd de firmanaam G.W. Sikkens & Co. Toen ook Wiert in 1840 overleed, werd Geert Willem de enige firmant en zijn zwager Willem Penaat werd zijn compagnon. Na het overlijden van Geert Willem werd het bedrijf volledig eigendom van Penaat en kwamen ook de twee zonen van Penaat in de zaak.

 

 Lak stoken, een vak apart

Verf maken was geen ingewikkeld ambacht, maar lak stoken was een vak apart, dat vaak van vader op zoon werd doorgegeven. Omdat bij het stoken van lak ook gomterpentijn werd gebruikt, was het een nog brandgevaarlijker proces dan lijnolie koken. Het gebeurde in open ketels en het was geen zeldzaamheid dat er brand in de ketel ontstond. De lakstoker schoof dan een ijzeren plaat over de ketel, gooide er natte lappen op en ging er op staan totdat hij dacht dat het vuur uit was.

Aan de Zwarteweg in de stad, een dunbevolkt gebied, werd in 1869 in een kleine lakstokerij gestart.

Sikkens2

Helpman

De roem van de Sikkens lakken, vernissen en standolie was inmiddels ook doorgedrongen in het buitenland. De vraag naar de Sikkens-verven naam gestaag toe. In 1903 werd een grotere fabriek aan de Helper Westsingel 31 in gebruik genomen om aan de vraag te kunnen voldoen. Sikkens werd een N.V. en twee jaar later kreeg het bedrijf het predicaat ‘Koninklijke’, de naam werd Koninklijke Lak- en Japanlakfabriek G.W. Sikkens & Co. N.V.

De omzet steeg gestaag totdat in de Eerste Wereldoorlog de grenzen werden gesloten en 70% van de omzet verloren ging. Sikkens richtte zich daarna volledig op de Nederlandse markt. Men ging groothandels benaderen en gaf ze alleenverkoop. Deze aanpak werd een groot succes. Rond 1919 beschikte de fabriek over 3 kleine vuren en 2 fornuizen en er werkten zo’n 12 mensen. Het laboratorium bestond toen uit een hoekje in het kantoor van de jongste Penaat.

Toen in 1924 de fabriek verder werd vergroot, kwam er een chemicus in dienst, Drs. A. Mees. Zijn taak was om een laboratorium op te zetten om zo het traditionele assortiment uit te breiden met nieuwe verven en lakken. Het nadeel van de traditionele lak was dat ze nog te langzaam droogde en het laag op laag moest worden aangebracht. Had je schade aan je auto, dan moest het herstelde deel opnieuw geverfd worden:  schuren, lakken, schuren, lakken, enzovoort. Je was je auto algauw een paar weken kwijt. Sikkens vond in 1926 een nieuwe, sneldrogende autolak uit op basis van Chinese houtolie, genaamd Rubbol. Deze verf, maar nu met een compleet andere samenstelling, wordt tot op heden nog verkocht.

Snel drogende lak en grondverf

In Amerika werd celluloselak uitgevonden, een lak die binnen een paar minuten droogde en die je ook kon spuiten. Het werd onder andere gebruikt voor typemachines, leerwerk, geisers, poppen en auto’s. Met name de autoindustrie was zeer geïnteresseerd. In 1928 werd er een aparte fabriek geopend voor de productie van de celluloselak. Celluloselak was toen voor alle autofabrikanten de norm.

Op het dak van de fabriek werden proefpanelen geplaatst om zo verfsystemen te testen. Dit gebeurde op een bijna wetenschappelijke wijze. Het bleek dat het beter was om eerst een grondlaag aan te brengen in plaats van de tot dan toe gebruikelijk methode om alleen maar lakverf te gebruiken. Zo kwam grondverf op de markt. In 1934 kwam Sikkens met een hoogglans lak, Rubbol A-Z dit was een verf op basis van synthetische harsen die voor het schilderen van alle denkbare objecten (van A tot Z) toepasbaar was. Het viel niet mee om de traditioneel ingestelde schilder onmiddellijk warm te krijgen voor dit nieuwe product, maar in de praktijk werd het een bestseller. Er werd een vakman aangenomen die alles van de Sikkens-producten wist en die als demonstrateur werd ingezet om de groothandelaren bij te spijkeren. Dit product werd een enorm succes...

Bedrijven als Philips, Werkspoor, NS, KLM, Lips, Fokker, Kromhout gingen Sikkens-verven gebruiken. Het bedrijf maakte een stormachtige groei door. De bestaande gebouwen konden de expansie niet opvangen, zodat het kantoor en het laboratorium verhuisde naar “de Passage”.

Dit deftige gebouw stond tegenover de Helpermolenstraat

 Sikkens3Sikkens4

Groningers in Sassenheim

Het vervelende was, dat de klanten vooral in het westen en het zuiden van het land zaten. Een reis van Groningen naar Eindhoven was rond 1930 geen sinecure. Inmiddels had Sikkens ook vestigingen in Amsterdam en Rotterdam, die vanuit Groningen werden aangestuurd. Directeur Mees wist de overige directieleden ervan te overtuigen dat Sikkens in het westen een nieuwe fabriek moest bouwen.

De keuze viel op Sassenheim. In 1939 werd de fabriek in gebruik genomen. Van de 90 Groninger personeelsleden verhuisden er 80 naar het westen. De Tweede Wereldoorlog heeft het bedrijf redelijk doorstaan: er was een gebrek aan grondstoffen, enkele joodse werknemers konden onderduiken in de fabrieksgebouwen, NSB-sympathisanten werden ontslagen, voedseltransporten uit Groningen werden geregeld met de laatste bedrijfsauto.

Sikkens nam in de loop der tijd verschillende collega-bedrijven over en zo ontstond in 1960 de Sikkens Groep. In 1970 ging de Sikkens Groep op in Akzo.

 

Recept dat ik ooit kreeg van een schilder/verfmaker
- Goed voor impregneren van hout, plavuizen, hiervoor gebruik je 1 deel gekookte lijnolie en 1 deel (gom)terpentijn, opbrengen en laten intrekken. De eventuele overtollige olie verwijderen.
- Ook zeer geschikt om metaal tegen roest te beschermen.

Denk er wel aan dat je de doeken die olie bevatten niet opgevouwen moet wegleggen of bewaren, dit in verband met zelfontbranding. Laat ze uitgevouwen drogen of maak ze nat en doe je in een afgesloten plastic zak.